Make your own free website on Tripod.com
 

laatste nieuws laatste nieuws laatste nieuws

Nieuw reisverslagen 22 (wijzigingen 5 september)
2003)
foto's

18 maart 2002 zijn Ronnie en Gertrude vertrokken naar Mexico.

Hun reactie!

9 september (dinsdag a.s.) komen Ronnie en Gertrude terug!! 's Middags om twee uur zal hun vliegtuig op Schiphol aankomen (als de tussenlandingen allemaal goed gaan)

14 augustus 2003

hola!

Inmiddels aangekomen in Arequipa, Peru's tweede stad. Veel beleefd in Colca Canyon en omgeving. De eerste dag na Puno deels per bus afgelegd en smiddags nog een kilometer of 50 gemaakt op de altiplano. Harde tegenwind en en onweersbui met hagel meegemaakt, dus regen/hagelpak aan. Nog een rivier over moeten steken (geen brug, de route bestond uit 4WD traject). Gertrude op slippers, ze vond het risico te groot om gestrekt met muts en al de plump in te gaan. Erg koud, ze kwam gillend met kramp en al aan andere zijde, maaar...droog. Verder ruig terrein in dit niemandsland boven de 4000 m. Uiteindelijk ons kamp opgeslagen bij enkele verlaten huisjes. Kregen we toch nog gezelschap van een enorme kudde lama's, schapen en alpaca's die ons met z'n velen schaap-/lama-/alpáca-achtig aankeken. Maar nog steeds geen mens te bekennen. Vanwege de afnemende temperatuur maar snel met vele kleren in de slaapzak gekropen. -10 in de tent de volgende morgen. Onze ervaring leert dat het buiten de tent dan 10 graden kouder is. de lama's en bondgenoten lagen er nog relaxed bij de volgende morgen. Wij weer op fietse om een zuurstofarme pas te beklimmen. De steen gaf 4910 meter aan, maar het boekje zegt 4800, voorzichtigheidshalve de laatste maar aanhouden voor het huidige hoogterecord. De afdaling ging uiteraard makkelijker, ondanks dat Gertrude het in alle euforie nodig bleek te vinden om het gravelwegdek te kussen (al fietsend!!). Gelukkig geen letsel, dankzij de kou goed gekleed en dus goede bescherming.. Alleen de stuurtas staat een beetje scheef.

Aangekomen in Chivay waar we een goed pension vonden. De tocht voortgezet de volgende dag richting het diepste punt van Colcacanyon. Erg spectaculair, die diepte. Hier wederom onze tent in een kuil opgezet en nog even kunnen uitrusten in korte broek. Maar ook hier sloeg de kou weer toe, met het verschil dat er dit keer veel wind bij was, en dan voelt -2 kouder aan dan -10. de fiets weer gereed gemaakt om een paar km verderop het spectacel te zien van opstijgende condors. En ze waren er.. om 7.00 uur kwamen de eersten vanuit het dal omhoog cirkelen. De 'vliegende deuren' kwamen met de thermiek omhoog, 3 meter spanwijdte!! de grootste dan. Al verder fietsend kwamen we een nieuwe groep tegen. Het mooie was dat ze meerde malen recht op ons tweeen afkwamen, terwijl we ons stonden te vergapen. Ze zoefden, uit nieuwsgierigheid waarschijnlijk (ze schijnen niet agressief te zijn) enkele meters boven ons voorbij, we konden de wind door de vleugels horen suizen. En dan zie je inderdaad dat ze mega-groot zijn. Die dag nog aangekomen in Cabanaconde en vandaag de bus terug genomen naar Arequipa. Aanvankelijk het plan gehad om de toch te vervolgen via een oude 4WD weg, maar de 200 km zouden te veel gaan eisen, zo dramatisch slecht was de weg.

Net terug van een supér Argentijns restaurant, waar we eindelijk weer eens een respectabele prak naar binnen hebben kunnen werken.

9 augustus 2003

Hier alles ok! Na Machu Picchu weer terug gereisd naar Puno, zware dag van 5.15 uur tot 21.00 's avonds op tjak geweest. Gister weer bijgekomen en ik (R) kon het toch niet laten om nog even naar Illustani te biken, 35 km verderop. Hier zijn Inkagraftomben te vinden die op een perfecte manier gebouwd zijn. De stenen passen op de milimeter nauwkeurig in elkaar. En dan vraag je je wederom af: hoe kregen ze dat voor elkaar zonder Black en Becker en zonder specie en bouwlift? Onderweg nog bij een Inkafamilie aangeweest, de huisjes zien er precies hetzelfde uit als de oude ruines, piepklein, muren van een halve meter dik van natuursteen, rieten dak en zonder electriciteit. Heer des huizes had geen geheimen en showde trots de woon- en slaapkamer. Met de hele familie nog even op de foto met als tegenprestatie dat ik de foto opstuur (helpen jullie even onthouden?).

Vandaag hebben we de boot gepakt naar Islas de Uros, Titicacameer. Mensen wonen hier op drijvende rietmatten van een meter dik. Al golvend kun je hier wat rondlopen en je vergapen aan de tradionele wijze waarop ze hier leven in rieten hutjes. Echt heel bijzonder, zo ook de rieten boten die als transportmiddel gebruikt worden. Wel toeristisch maar absoluut de moeite waard!

Morgen richting Colca Canyon (¡¡ Een kloof van meer dan 3 kilometer diep!!), een van de hoogtepunten van Peru.

5 augustus 2003

Machu Picchu overleefd gisteren, maar toch stijf van de spierpijn. Om kwart over zes kwamen we aan bij deze prachtige Incastad na anderhalf uur geklommen te hebben over een oud incapad. Als leterlijk hoogtepunt hebben we de stad nog bewonderd van de enkele honderden meters hoger gelegen Huayna Picchu top. Erg de moeite waard ondanks dat je hier als buitenlander flink uitgemolken wordt.

Morgen de trein weer terug naar Cusco en verder naar Puno, waar de fietsen nog op stal staan. De 25e treffen we nog bekenden, namelijk Pirena (ex-collega Ronnie) en Ed. Verder kijken we ut naar een ticket richting het laagland van West Europa waar nu een hittegolf heerst. Maar niet te snel om laagteziekte te voorkomen.

27 juli 2003

Hoi allemaal,

JA, inderdaad, we zitten inmiddels in Peru! Het land waar het volgens sommige lieden niet pluis is. Vandaag met fietse en al binnengekomen. Goede indruk van de mensen, erg veel aandacht door groetende mannen en vrouwen met bolhoedjes en het vake que vaya bien, oftewel goeie reis. Prachtige uitizchten gehad over het mooie Titicacameer, dan weer donker blauw, dan weer turquoise. ook nog een club flamingo's gespot en in een afdaling nog even een bescheiden 66 gehaald (kms). Deze dag toch nog 95 km afgelegd, alle boven 3800m, dus net even iets eerder een hijgje.

Fietsen hier even in de opslag om een retourtje Cusco te doen met als hoogtepunt Machu Picchu, de oude Incastad die nooit door de espagnoles ontdekt is. Tegen de tijd dat we terug zijn willen we al fietsend richting enkele mooie canyons waarvan een de diepste ter wereld is waar met een beetje mazzel een condor overvliegt terwijl wij eraan komen fietsen. Een andere uitdaging in dezelfde contreien is de hoogste pas ter wereld, 5000m plus.

25 juli 2003

Alles ok hier hier, met jullie ook? De eerste regenbui heeft hier plaatsgevonden sinds lange tijd. Op zich niets bijzonders behalve als ik (R) naar buiten kijk en bussen al slippend omhoog zie gaan op het gladde asfalt hier naast het internetcafe. Een grote bus heeft het al opgegeven en staat stil. ...Precies op dit moment zakt een kleine bus terug op het 15% klimmetje en klapt al spinnend op de grotere bus, reality-computer... Het asfalt is zo glad dat ook overstekende voetgangers op hun muil gaan. Weer een volle bus die de klim waagt en alle kanten opglibbert. Hij staat al met zn wielen op de stoep, nog een meter naar rechts en hij staat achter een pc geparkeerd!

Deze middag teruggekomen uit Coroico. Ik heb even een uitstapje gemaakt voor een bijzondere rit, Gertrude heeft zich ondertussen in La Paz vermaakt. Kort verslag: Coroico ligt 110 km vanaf La Paz. De route die er naartoe leidt, vormt waaschijnlijk een van de spectaculairste afdalingen over een openbare weg ter wereld (zegt men). De eerste 27 km moest er geklommen worden naar 4750 meter (vanaf ongeveer 3600). Na 2,5 uur de pas, La Cumbre, bereikt. Een waanzinnig mooi uitzicht op de besneeuwde rotsen die nog eens een kilometer omhoogschieten. Toen de afdaling naar 1100 meter (3650m naar beneden!!) over een afstand van zo'n 70 km. Het eerste deel, 25km strak asfalt met mooie bochten, lekker zoeven dus. Daarna begon het echte werk, en krijgt de weg plotseling het predicaat 'gevaarlijkste weg ter wereld'. Waarom? Dat zie je pas als je naast je kijkt en 500 loodrecht naar in staart. Geen vangrails. Volgens verhalen van locals gaat er gemiddeld eens in de twee weken een voertuig de diepte in. Touroperators organiseren deze downhilltocht op volledig geveerde fietsen. Elke dag gaan er zo'n 8 groepen naar beneden, behoorlijk populaire afdaling dus. Op deze weg geldt linksverkeer, zodat je in de afdaling de afgrond naast je hebt als je een vrachtwagen moet passeren (je stopt dan even tot ie erlangs is, toch veiliger want de weg is namelijk 'singletrack', een auto breed dus). Inhammen geven de gelegenheid dat voertuigen elkaar kunnen passeren. Soms hangen de rotsen letterlijk boven je en tweemaal moet je een kleine waterval ontwijken. Uiteindelijk onder het stof maar veilig aangekomen om de klim te maken naar Coroico op 1750 meter. Tegen 3 uur aangekomen en ingecheckt in een simpel hostel met een prachtig uitzicht over het dal.

Vroeg naar bed gegaan om geestelijk en lichamelijk voor te bereiden op de klim terug. Helaas regende het de volgende morgen dusdanig dat de weg in een modderpoel veranderd is. Na lang nadenken  de bus terug gepakt. 'Hij gaat langzaam omhoog en hij houdt links, zodat je langs de bergwand gaat', zo probeerde ik het 'veilig' te praten. Ik zat aan de rechterkant en kon dus het ravijn inkijken. Doordat het mistig was, kon je gelukkig niet diep kijken. Af en toe was de afstand tussen de bus en ravijn zo klein dat je de weg niet meer kon zien en alleen maar lucht zag beneden je. En als je dan steeds die kruizen langs de weg ziet, dan voel je je alles behalve comfortabel. Het voelde dus als een bevrijding wanneer we weer op asfalt uitkwamen en de diepte naast ons verdween.

22 juli 2003

¡hola!

Hier weer eens een bericht van de twee fietsers (die meestal de bus pakken). Gertrude was toch nog onvoldoende hersteld van haar griep dat we kamperen met -20 niet verantwoord vonden. Ja, dan haal je maar weer een buskaartje. We zaten namelijk min of meer opgesloten in Oruro, een nietzoveelvoorstellende stad. Ook hier voor het eerst kennis gemaakt met een nep-politie. Wat is dat nou weer? Hier in Bolivia heb je naast de gewone politie ook de nep-politie hebt. De overeenkomst? beiden zijn niet te vertrouwen. Het verschil: de nep-politie gedraagt zich nogal nerveus. In ieder geval was het zo dat we op straat door een politieman (die zich erg snel legitimeerde met een nep-pas) gevraagd werden ons te identificeren. Omdat wij altijd zonder paspoort over straat lopen, hield hij een taxi (blijkt achteraf een neptaxi te zijn) aan om naar ons hotel te gaan. Maar wat er nog aan vooraf ging: Ik (Ronnie) vraag een voorbijganger (netjes geklede man) naar de richting van het centrum. Hij weet het niet,  want is een argentijn (blijkt later een nepargentijn) en niet bekend in de buurt. Ook hij moet zich identificeren aan de neppolitie. In Ieder geval de nepargentijn doet overal keurig aan mee als hij ook in de taxi zit. Want plotseling verandert het verhaal: we gaan naar het neppolitiebureau, om te controleren of onze dollars wel echt zijn. De nepargentijn laat al de inhoud van zijn beurs zien. En dan zijn wij aan de beurt. Het bevalt ons niet en we hebben al even last van een unheimliches gefuhl (sorry, geen umlautknopje), en worden vervelend richting de nepagent. In ieder geval laten we helemaal niets zien, en de nepagent wordt steeds nerveuzer. Hij wil de inhoud van mijn zakken zien, en ik rijk hem mijn zakdoek aan, die vol zit met opgedroogd Andessnot en had al weken geleden uitgewassen moeten zijn. Dat vindt hij onsmakelijk. Uiteindelijk toch over laten halen om de inhoud van mijn porto te laten zien, risico gering: Alleen Boliviaans geld (klein bedrag). We zijn kennelijk niet interessant genoeg en mogen terstond uitstappen. (We zijn erg boos dat ze niet langs het hotel rijden, want we weten nu helemaal niet meer waar we zijn).   In het hotel te horen gekregen dat reizigers op deze wijze hun dollars kwijtraken (na controle op echtheid, komt men er later achter dat er kopietjes teruggestopt zijn in je portomonnaie). Op de vraag moeten we even aangifte doen? Nee, geen zin, ze werken soms samen met de 'echte' politie. in ieder geval goed afgekomen, en weer wat wijzer geworden.

Inmiddels knapt Gertrude aardig op en kunnen we verdere plannen gaan maken. We blijven enkele dagen in La Paz. mooie stad (hoogste hoofdstad ter wereld, 3900m), met witte bergtoppen op de achtergrond. Misschien nog een berg beklimmen (Huyana Potosi, 6000m plus) met een ander Nederlands stel.

Ok, tot zover.

groeten,

Gertrude en Ronnie (de echten)
 

15 juli 2003

dag allemaal,

Inmiddels aangekomen in Sucre, Bolivia. Sucre, de witte stad is bijzonder mooi: vol met koloniale gebouwen en mooie parken (op lijst werelderfgoed). Verder heerlijk weer (vanwege lagere ligging, 2800m), slippers weer aan dus (moet ook wel want mijn (ronnie) schoenen liggen bij de schoenmaker. Nadeel van Sucre is dat een groot deel van het publiek op straat uit volhardende bedelaars bestaat.
In Potosi hebben we nog een zilvermijn van binnen bezocht. Dit was een bijzondere ervaring. Niet alleen vanwege het feit dat we ver boven de 4000 meter via nauwe gangen op zoek gingen naar mijnwerkers, maar ook omdat we daarvoor leerden experimenteren met dynamiet die we als kadootje voor de mijnwerkers meenamen (verkrijgbaar bij kruidenier op de hoek, voor 1 euro een verrassingspakket met chemische korrels, een banketstaaf dynamiet en een onstekingslont, genoeg om een bescheiden flatje mee op te blazen). De bom ontplofte 40 meter verderop en liet een wolk van 25 m hoogte achter. Mag allemaal.   Via nauwe gangen dus op zoek naar enkele mijnwerkers. Met behulp van touwen moesten we soms tegen stijle wanden klimmen. helm met lamp op, overall en rubberlazen aan. De eerste mijnwerker kreeg wat dynamiet en een zak cocabladeren (die ze in een dag opkauwen, als medicijn tegen de ijle lucht en als verdoving tegen de erbarmelijke omstandigheden). We kregen behoorlijke medelijden met deze stumpers die 2 uur bezig zijn met het maken van een diep gat in de rotswand om deze vervolgens vol te stoppen met dynamiet. Al het erts wordt in emmers op de rug de mijn uitgesleept, arbowet? denk het niet. Wij hadden al moeite om ons zonder bagage voort te bewegen. Verder veel te weten gekomen over de tradities die ze erop na houden (bijv 96% alcohol drinken, dat levert het zuiverste erts op).
 

10 juli 2003

Daar zijn we weer. Terug van de 4 daagse trip door maandlandschap en zoutvlakten. In totaal zon 500 km afgelegd per terreinwagen met een clubje van 7 man. Wat zoal van dichtbij bekeken? Een stomende gijzer, warmwater meer (lekker pootje baden bij -5c), En gifgroen meer met op de achtergrond een vulkaan (5900m), idem maar dan in rood boordevol flamingos. De laatste (laguna colorado) ligt op 4400 meter. Hier ook overnacht, erg koud maar daar waren we voldoende voor gewaarschuwd. Verder de laatste nacht in een zouthotel en dito bed overnacht en de terugweg afgelegd dwars over de grootste zoutvlakten ter wereld. Leuke tijd gehad, erg indrukwekkend en je wordt steeds weer verrast door nieuwe extreme landschappen.

De plannen: morgen richting swerelds hoogst gelegen stad Potosi (4070 m).

groeten,

Gertrude en Ronnie
 

6 juli

Hola allemaal,

Alles inmiddels weer ok hier. Ronnie is er ook weer bovenop (had een tijdelijke hoogtedepressie wat gepaard ging met shaken, koorts, versnelde stoelgang, verhoogde rikketik en hyperinflatie). Gelukkig verdween het net zo snel als het was gekomen en hebben we gister nog even besloten de trein te nemen naar uyuni in Bolivia dat tegen de 4000 meter ligt en waar het belabberd koud wordt snachts(SOMS TOT MINUS 25), dan is het in Nederland met 10 graden s nachts tropisch warm. Zojuist een trip geboekt met 2 westerlingen om vier dagen er op uit te trekken naar afgelegen gebieden (Zoutvlakten, gekleurde meren, gijsers (op 5000 m hoogte!), flamingos, vulkaan en mummies). Volgens de verhalen een van de meest spectaculaire gebieden van zuid Amerika, we zijn benieuwd.

Uyuni is overigens een erg leuk dorp, veel in dekens gewikkelde indianen met bolhoedjes en een kleurrijke markt.

groeten, en later,

Gertrude en Ronnie

26 juni 2003

We zitten nog steeds in Salta, waar we een aantal dagen lekker gelanterfand hebben. Dat was best even lekker na zo´n intensieve fietstocht.
Morgen stappen we weer op de fiets richting Bolivia. We zitten hier in Salta op zo´n 1100 meter hoogte. We zullen geleidelijk weer gaan klimmen en tegen de tijd dat we bij de grens zijn zullen we zo´n 4000 meter bereiken.

23 juni 2003

Hoi allemaal,

We zijn vandaag aangekomen in Salta. Na flink door deze stad gecrossed te hebben hebben we een leuke hostel gevonden. Zware tocht achter de rug. Met als letterlijk hoogtepunt de pas Piedra de Molinos van 3340 meter. 50 kilometer klim overleefd, waarvan een deel gravel. De afdaling was spectaculair. Mooi uitzicht en de hele weg gravel. Slechte stukken ertussen wat lekke banden opleverde en een gebroken bevestiging van de fietstas van Gertrude. Met een sjorband weer vastgezet, maar dit is niet erg ideaal.

Het camperen boven in de bergen was avontuurlijk. Te meer omdat de temperatuur ´s nachts daalde tot -10 graden. Kkkkoud. Maar overdag heerlijk weer en bij aankomst heerlijke biefstuk(2 euro per kilo!!) roosteren op de barbecue waar elke camping er zeker een stuk of 20 van heeft. Lekker wijntje(0,50 euro per fles) erbij en wat wil een mens nog meer.

17 juni 2003

Heerlijk hier in de Andes! We zijn inmiddels overgeschakeld van tropen naar winter, de verkoudheden zijn zo'n beetje achter de rug. Prachtige routes achte de rug. overdag blauwe hemel, koele wind en mooie uitzichten over de Andes. De eerste pas op 3040 meter hebben we overleefd, we maakten er gelijk kennis met de eerste lama. De afdaling van 20 km naar Amaicha del Valle ging een stuk makkelijker dan de klim. De eerste inca-ruines bezocht, Quilmes. Indrukwekkend tussen vijf meter hoge cactussen. Het overnachten in de tent was nog even wennen vanwege het feit dat de temperatuur beneden nul gaat hier. Kwa fietsen is het echt een paradijs. Weinig verkeer, goede temperatuur, en steeds weer verassende omgeving en dieren te zien (o.a. een marmot in de boom gezien, ha ha). Veel kleine ara's, enkele arenden, een vos, lama's en marmotten.

Morgen verder richting Salta, en het wordt nog spectaculairder is ons voorspeld.

10 juni 2003

We zijn afgelopen zondag in het 10 graden koude Tucuman aangekomen, aan de voet van het Andesgebergte in Argentinie. Vanaf hier willen we dan echt weer op de fiets stappen om de bergen in te trekken. Maar eerst moeten we goed beter zijn. Ronnie hoest zich nog steeds de longen uit zijn lijf. Jammer voor de buren in ons hotel, het is nl nogal gehorig. Ikzelf ben ook verkouden geworden, maar dat gaat alweer een stuk beter. We hebben hier onze tijd benut om warme kleding aan te schaffen, zoals muts, handschoenen, fleecetrui, thermoshirt en dikke sokken. Nu zijn we hopelijk voldoende bestand tegen de kou. We zijn nu ongeveer op het zuidelijkste punt van onze reis, dus gaan we weer de goede kant op, wat het weer betreft.

5 juni 2003

Net aangekomen in Encarnacion, Paraguay, en een leuk hotelletje gevonden met eigen bad en toilet (en eigen bedlampjes!) voor minder dan 5 euro, nieuw prijskwaliteit record in positieve zin. Gister zijn we dit goedkope land binnengekomen via Ciudad del Este, het koopcentrum van Zuid Amerika. Gekkenhuis, overal venters langs de weg, kramen en de stad is helemaal volgebouwd met winkels. Toch grappig ondanks de hectiek en chaos langs de weg. Zelf ook even inkopen gedaan: 2 regenpakken, 2 gevoerde windjacks voor minder dan 15 eurootjes (en dan moet je niet zeuren over de kwaliteit). We waren vol goede moed om de ijzeren rossen weer te bestijgen, maar de pittige verkoudheid van Ronnie, de aanhoudende regen en het sombere landschap zorgden ervoor dat de ijzeren rossen even later veilig in het busruim lagen. Zeer goede beslissing zeiden we, want 300 km verderop (30.000 gauranies ofwel ruim 4 euro pp!) zag het er een stuk beter uit met een stralende blauwe hemel. Maar het is hier met 15 graden celcius nog steeds winter en we verlangen alweer naar de tropische temperaturen.

Morgen gaan we Argentinie onveilig maken. (1.3 liter rode wijn (goede kwaliteit) voor ruim 1 euro, zo hebben we in Puerto Iguazu al geconstateerd). De keldering van de peso heeft zo ook zn positieve kant.

tot zover

groeten, ronnie en gertrude
 

30 mei 2003

Bonito is bonito. Vanuit het dorpje Bonito hebben we met wat backpackers een excursie gemaakt naar de rio da Prata, een bijzonder mooi kraakhelder riviertje waar we enkele kilomters stroomafwaarts hebben gesnorkeld. Het water was steenkoud, zodoende hebben we onszelf in een isolerende wetsuit gehesen. Af en toe werden we vergezeld door capuzijnapen in de bomen boven ons, terwijl we ons onder water konden vergapen aan grote dorados (roofvis van ruim een meter) en vele andere vissoorten. Het water was kraakhelder en grotendeels afkomstig van onderaardse bronnen, dit was af en toe te zien aan opborrelend zand. De middag besteed aan toekans en ara's bekijken. De ara's waren te vinden in een 80 meter diep gat dat ooit een grot was. De vogels nestelen hier in de rotswanden. In groepen van 40 fladderden deze mooie vogels hier rond, adembenemend. Vlak hiervoor wilden we even op bezoek bij de familie kaaiman in een piepklein meertje. Moeders ging het water in toen we eraan kwamen lopen, maar kwam even later langzaam terug. we zagen enkele kleintjes wegzwemmen en vroegen ons af of moeders misschien in een agressieve bui was deze dag. met zn zessen stonden we eigenlijk gewoon te wachten tot ze wat deed, maar er gebeurde niets, dus raakten we wat afgeleid. totdat moeders het de tijd vond om toe te slaan en enkele toeristen open te rijten. Met veel gesis en gegrauw kwam de logge kaaiman (of kaaivrouw) op ons af gesprint. Iedereen was weer wakker en had een hartslag van boven de 200. Maar goed, het bleef bij een waarschuwing.

Vanmiddag aangekomen in Foz. De bedoeling was het hele stuk vanaf Bonito te fietsen (800 km), maar twee dagen later zaten we alweer in de busse. Toch nog ruim 200 km afgelegd. Het traject was zo verschrikkelijk saai dat we er weemoedig van werden. Graan-, mais-, katoenvelden en koeien. Zo ver je kon kijken. In het begin boden de enkele emoes (klein type struisvogels) en een langs de weg snuffelende reuzenmiereter nog enigszins vertier, maar daarna moesten we het doen met de tegenwind en langsrazende vrachtwagens en bussen. Kortom de verleiding was weer eens te groot om de tweewielers onder in het bagageruim te deponeren.
Een leuke posada gevonden in de stad Foz do Iguacu, waar vlakbij de (volgens ons) mooiste watervallen ter wereld zijn te vinden. Morgen van de Braziliaanse kant en de volgende dag van de Argentijnse kant een bezoek brengen.

29 april 2003

Dag allemaal.

Hier dan weer een teken van leven uit Brazilie. Inmiddels zijn we ruim twee weken weer begonnen te fietsen. Binnen twee dagen waren we Suriname uit. De militaire politie merkte niet eens op dat we al ruim een maand als illegalen in Suriname verkeerden. We konden dus zonder gezeur de grens over en waren binnen enkele minuten in de EU, oftewel Frankrijk. Frans Guyana is namelijk niet meer dan een provincie (departement) van Frankrijk. Dus weer stokbrood en roded wijn. Een fles wijn is iets duurdeer dan een fles Cola. Aande franse kant lag een brief van een gendarme (een fietsliefhebber) voor ons klaar met enkele landkaarten en een telefoonkaart. Hij was ingelicht door de Surinaamse wielrenunie dat we eraankwamen, leuk begin dus. Ton begon het te regenen en leek het niet meer op te houden. In Saint Laurent nog even de oude gevangenis bezocht (uit de tijd dat dit land niet meer was dan een strafkolonie van de fransen) erg indrukwekkend. Papillon had zn naam nog even in het beton weten te krabben,  zo getuigde cel nr 73.

De tocht naar het noorden leidde ons naar les Hattes waar we getuige waren van hoe een lederschildpad zijn eieren legt. Het beest was zeker 1.80 meter lang, reusachtig! Via Kourou nog even om de hoek gekeken van het spacecentre en de boot genomen naar iles de salut (drie eilanden waaronder duivelseiland,  waar o.a. Papillon gevangen zat (zie zijn boek)). Toen we terugkwamen bleken onze voorwielen gejat, twee belgen die we kenden van suriname hebben ons een lift teruggegeven, nadat we ons vocabulaire aan scheldwoorden geventileerd hadden. de volgende dag nieuwe wielen geregeld en snel verder. We wilden z.s.m. dit ellendige land uit (het is niet alleen duur, saai en onsympatieke bevolking, maar ook de regen bleef maar aanhouden). Uiteindelijk via Oyapocke Brazilie binnengekomen. Overigens kregen we aan ded franse kant nog een kop koffie van de gendarme die dienst had (bleek ook een fietser), maakte het nog enigszins een goede uittocht. Maar toch heeft dit land het gepresteerd om voor ons een dieptepuunt te vormen.

In Brazilie bleken we in een totaal andere wereld terecht te komen. Aardige mensen en weer makkelijk een hotelletje te vinden tegen een redelijke prijs. Wat een verschil ondanks het feit dat ook het ook hier bleek te regenen. De bus gepakt naar Macapa, 600 km verderop. Erg blij mee achteraf gelet op de waanzinnig slechte weg en vele regendruppels. Veel bulten moesten gepasseerd wordeen door de bagger. Af en toe zakte de bus terug naar beneden: iedereen uitstappen en de busschauffeur probeerde het nog eens met een flinke aanloop. De volgende morgen nog enkele uren vastgezeten op een plaats waar een kleine vrachtauto gekanteld was (had een moddeerpoel verkeerd ingeschat). De vergezellended bus zat tot zn assen in ded blubber, onze bus heeft m dr weer uit getrokken). Vervolgens is het moeras bedwongen doordat de chauffeur de bus vol gas door de bagger raasde waarbij ook dit gevaarte bijna op zn kant kwam. Wat een sensatie.. na 23 uur waren we op de plaats van bestemming.   De boot van Macapa nar Santarem over de Amazone rivier, zo,n 800 km varen. Twee nachten doorgebracht in de hangmat tussen de Brazilianen (30 hangmatten passen op een kleine ruimte, wij dachten dat het toch echt bij 10 op zou houden). Maar een prachtige tocht. over een paar dagen naar Manaus, het Centrum van de Amazone.

tot zover, groeten en liefs,

Ronnie en Gertrude
 

11 april 2003

Alles ok hier, bij jullie hopelijk ook. We zijn druk bezig de laatste dingen te regelen. Vanmorgen hebben we de doos op de post gedaan via een expeditiebedrijf. De doos is gericht aan pa en moe Gruppen (wees niet bang, er zit geen wit poeder in). Verder de fiets weer even optuigen en de boel inpakken. vanavond nog even de evaluatie van de sponsortocht (gister stond er nog een hele pagina aan gewijd in de krant met veel actiefoto's (krant zit ook in de doos), daarna met de Belgen David en Katrien uit eten. Morgen is het weer rotiedag. De buurvrouw heeft speciaal voor het afscheid een van haar eenden de nek omgedraaid. En morgenavond bezoek van Oswald en Liesbeth, kortom we krijgen het nog druk. Zondagmorgen in alle vroegte op fietse richting Moengo en de volgende dag naar Allbina waar we de oversteek maken naar stokbrood en Franse wijn, Frans Guyana dus. Dit schijnt een uitermate plezierig fietsland (erfenis van de tour de france) te zijn, hebben Surinaamse wielrenners ons verteld. We zijn benieuwd.

7 April 2003

De sponsortocht is voorbij en goed afgelopen. een lange dag was het (3.15 uur in de morgen opgestaan), maar de moeite waard: ondanks het afzien veel plezier gehad (flink 'geragd' met een groep Surinaamse wielrenners). tot onze verrassing nog de voorpagina gehaald van de krant zie (bijlage). Om 16.15 uur kwamen we (de eerste drie) aan. een uur later de laatsten (4 man). de overige 33 hadden of een kortere route gekozen of gaven gezien de omstandigheden de voorkeur aan de bezemwagen. Uiteindelijk kwamen we allemaal als roodhuiden aan. Het bauxietstof had een ieder rood gekleurd. Stofkapjes hielden tijdens het passeren van een terreinwagen of vrachtwagen de longen nog enigszins stofvrij. Gertrude en Liesbeth zorgden tijdens de tocht voor de foerage en watertoevoer terwijl Oswald de terreinwagen die door het bedrijf VSH gesponsord was bestuurde. Deze luxe heb je niet vaak tijdens het fietsen.
De overnachting hebben we doorgebracht in dee hangmat aan de oever van de rivier in een naburig gelegen kamp, erg mooie omgeving.

Kortom, missie volbracht, tijd om verder te gaan.
 

19 Maart 2003

Zaterdag zijn we weer aangekomen van onze jungletrip. 12 dagen zijn we onderweg geweest waarvan 10 aaneengesloten dagen in het regenwoud. Het was wederom een prachtige ervaring. De eerste twee dagen hadden we nog asfalt, 240 km. De eerste dag hebben we tot Totness, Coronie afgelegd, met 153 km een nieuw dagrecord. De boot, een oude dekschuit, uit Nickerie vertrok om half 1 's nachts, zodat we de nacht in de hangmat onder een afdakje hebben doorgebracht. De motor bevond zich vlak bij ons zodat we de oordoppen maar weer eens voor de dag haalden. Verder veel stank van uitlaatgassen. Het was de bedoeling dat we die nacht zouden gaan doorbrengen in het Residence Inn, het meest luxe hotel van Nickerie (was ons aangeboden), maar dit ging aan onze neus voorbij toen bleek dat de boot eerder vertrok. Toch nog kunnen genieten van een warme douche (erg lang geleden). De volgende middag om half 1 kwamen we aan in Apoera, waar we de nacht heben doorgebracht. Van de volgende 10 dagen hebben we er vijf gefietst en vijf andere dingen gedaan. Twee nachten op Blanche Marie en drie nachten bij de Raleighvallen, waar we de Voltzberg hebben beklommen. Om bij de raleighvallen te komen moesten we een boottrip maken van zo'n vier uren over de Coppenamerivier, bijzonder mooie trip. De trip was absoluut de moeite waard, alleen al om het hoge avontuurgehalte: vaak overnachten bij riviertjes in onze hangmatten. Een keer hebben we (eigenlijk Ronnie) 15 piranha's gevangen met het visnet, een aantal hebben we opgebakken als ontbijt. Bij Blanche Marie Heeft Ronnie nog twee grote piranha's gevangen van zo'n 30 cm. Pikzwart met felrode ogen en vlijmscherpe tanden van een halve cm lang. In het laagstaande water zaten ook sidderalen van meer dan een meter lang. Ronnie heeft twee korte schokken gekregen van zo'n beest (vergelijkbaar met schrikdraad). Verder een keer wild zwijn gegeten (een kilo gekocht van een man die m net geschoten had), en gebraden boven het kampvuur.  De dieren die we onderweg gezien hebben: ara's, papegaaien, toecans, 2 harpijarenden, visarenden, een reuzenotter, een visotterfamilie, agouti's en veel ander gespuis zoals sika's of zandvlooien (Ronnie had er 8 in zijn voetzool, inclusief de eitjes die ze erin hadden gelegd. Is overigens helemaal goedgekomen, volgende keer gewoon niet op blote voeten lopen). De laatste dag kwamen we na 90 km zandweg weer op het asfalt. Ondanks dat we beide al erg moe waren van het slechte traject, hebben we toch de moed verzameld om vanaf zanderij nog de laatste 45 km naar huis te fietsen. Zondag hebben we nodig gehad om bij te komen. 's Middags werden we alweer bij de buren verwacht, ze hadden roti met geitenvlees gekookt.

1 maart 2003

Eindelijk weer eens een teken van leven van deze kant. Hier is alles OK, bij jullie ook hopen we. Zoals jullie hebben kunnen zien, is het artikel in de Paramaribo Post (een tweewekelijks Surinaams blad) geplaatst. Los van enkele aanpassingen is de tekst overgenomen zoals wij het aangeleverd hebben.
Verder zijn we onlangs op tv geweest in een jongerenprogramma ('Switch', ABC Televisie). We zijn in onze achtertuin geinterviewd, daarna nog een stuk echte 'actie', doordat we in hoog tempo langsscheuren op onze bikes. We hebben het programma gezien bij de buren, was wel vreemd om je eigen harses zo lang op de buis te moeten aanschouwen. We hebben verder geen reacties gehad van derden, dus waarschijnlijk waren wij de enige kijkbuiskijkers op dat moment (Of men vondt het zo waardeloos dat men er niet over durft te beginnen, kan ook nog natuurlijk). Inmiddels hebben we er weer een trip opzitten. We zijn wederom het binnenland ingetrokken om de plaatsen Jodensavanne en Blakawatra te bezoeken. Zo'n 75 km heen, de volgende dag terug. Jodensavanne is per auto moeilijk te bereiken omdat de prachtige houten brug over de Surinamerivier (was ooit de langste houten brug in Zuid Amerika) aan gort is gevaren door een schip, drie jaren geleden. Nu staat het gevaarte er treurig bij en moeten de overstekers per korjaal (een lange smalle houten boot) het traject afleggen. Met de auto oversteken is er niet bij, maar met de fiets geen enkel probleem uiteraard. We kwamen langs de indianendorpen Powaka en Redi Doti. Deze afgelegen dorpen hebben tegenwoordig door diverse ontwikkelingsprojecten ook stroom en andere voorzieningen gekregen.
Jodensavanne is genoemd naar de Joden (van Engelse en Portugese afkomst) die hier halverwege 1600 een plantage begonnen zijn. Het prachtig gelegen gebied is al bijna honderd jaar onbewoond, maar graven en de ruines van een oude synagoge getuigen nog van de vroegere bewoners. De opschriften van de granieten grafzerken zijn in veel gevallen nog goed leesbaar. We hebben overnacht aan de oever van Blaka Watra (zwart water) onder een van de rieten afdakjes. Het water heeft de kleur van slappe koffie, maar is goed te drinken. De avond weer doorgebracht met een kampvuur en wat leesvoer. Tegen een uur of acht de hangmat in ons snurkconcert toegevoegd aan alle regenwoudgeluiden.  De volgende morgen zijn we weer vroeg vertrokken
richting de stad. We kwamen tot de conclusie dat de conditie behoorlijk afgezakt was. Meer trainen dus. Volgende week gaan we starten met de tocht die naar Nickerie, Apura, Blanche Marie en Volzberg leidt. Het traject door jungle zal ongeveer 500 km bedragen en het deel over asfalt ongeveer 300. Omdat de tussentijdse uitstappen naar Blanche Marie en Volzberg meerdere dagen in beslag nemen, houden we er rekening mee dat deze trip twee weken in beslag gaat nemen. Kortom vanaf 2 weken na 4 maart nemen we de telefoon niet
op. We werden net even afgeleid, er vloog weer eens een vogel in een rechte lijn door ons huis heen. Aan de voorkant erin en via de achterdeur weer naar buiten, brutale vlerken...
De sponsortocht ten behoeve van de school in Pokigron gaat 5 april plaatsvinden. Daarna zullen we gaan proberen dit land te verlaten, zei het met een weemoedig gevoel. De samenwerking met de Surinaamse Wielren Unie gaat erg goed. Het moet een groot spectakel worden. We verwachten 80 deelnemers waarvan 50 het traject van 50km zullen doen, 25 het traject van 130km en 5 het traject van 180km (bestemming Pokigron). Voor Surinaamse begrippen zijn dit astronomische afstanden. (10 km fietsen wordt hier al als een wereldreis beschouwd). Van het traject zal 130 km over gravelweg gaan met enkele pittige klimmen. Dus goed materiaal en conditie zijn erg belangrijk. Nog even flink trainen dus.